ACHTER KORTE ASSENSTRAAT 7 DEVENTER

De doopsgezinde schuilkerk in Deventer – in gebruik vanaf 16xx, kwam vrij na de sloop in 19xx van de Bussink Koekfabriek aan de Korte Assenstraat. Hij stond geheel ingebouwd temidden van het huizenblok Korte Assenstraat, Lange Bisschopstraat en de Kleine Overstraat.
In 1675 kwam Derck Valck (1640-1706), graanhandelaar vanuit Zutphen naar Deventer. De familie Valck was een familie van doopsgezinde zeembereiders en fabrikanten in Zutphen en Deventer. In 1676 trouwde hij Jenneken Stevensdochter ten Cate uit Borne, weduwe van Jan Berendszoon van Delden woonachtig aan de Poot in ‘t Spijkerboor. Mogelijk had Derck ook al een huwelijk achter de rug (CHECK 1685 weeskamer WWW???LEESHULP). In 1686 schoot hij geld voor aan de Deventer Oude Vlamingen om een kerkschuur te kopen in de Korte Assenstraat. In 1688 kocht hij nog een huis en samen werden zij verbouwd tot de eerste doopsgezinde schuilkerk. In 1692 was hij samen met Gerrit Berendzoon van Delden een van de eerste brandmeester in Deventer. De ‘mennistenspuiten’ stonden in de Waag en in de Lebuinuskerk. Derck en zijn gezin woonden vanaf 1695 ook in de Korte Assenstraat, pal naast de steeg naar de doopsgezinde kerk. Aan de andere kant van de steeg stond de latere kosterij. Zijn huis werd in 1764 de doopsgezinde pastorie. (later Pakhuis van der Veen).
De doopsgezinde gemeenschap in Deventer was relatief klein – in 1700 ruim 30 echtparen – en erg besloten, een bijkomstig gevolg van het niet openlijk mogen belijden van het eigen geloof en het buitengesloten zijn van openbare functies. Na de reformatie mochten doopsgezinden net als andere niet gereformeerden geen overheidsfuncties bekleden en mochten geen lid zijn van enig gilde. Zij werden aanvankelijk vervolgd, maar mochten na verloop van tijd net als de katholieken hun geloof alleen belijden op niet voor publiek zichtbare wijze. De doopsgezinden zelf weigerden uit overtuiging wapens te dragen dus werden geen militair of leverden geen bijdrage aan de schutterij of verdediging van de stad. Als tegendienst zorgden zij vaak voor de stedelijke brandwacht. Het geld werd vooral verdiend met handel en ambacht. De meeste Deventer doopsgezinden waren kooplieden, een enkeling was bierbrouwer, jeneverstoker of lijmzieder. Zij sloten hun huwelijken binnen de eigen kring, indien nodig haalde men verse echtgenoten uit doopsgezinde gemeenschappen elders. De diakens en oudsten van de doopsgezinde kerk in Deventer werden vooral aangeleverd door de families Cremer, ten Cate, van Calker, van Delden en Bussemaker. Vanaf 1806 mochten doopsgezinden en andere niet gereformeerden weer deelnemen aan het openbaar bestuur en werden er steeds vaker huwelijken gesloten met niet-doopsgezinden. Achter de Penninckshoek Brink 89 werd in uiteindelijk in 1890 een grote nieuwe doopsgezinde kerk gebouwd.
Het vrijgekomen schuilkerkje aan de Korte Assenstraat werd helaas gesloopt. In plaats van de Bussink Koek gebouwen en dus ook van het kerkje werd een gebouw voor supermarkt Weijenberg neergezet. Ook werd de Lange Bisschopstraat op dit punt verbreed door de nieuwe pui iets naar achter te plaatsen. We zijn benieuwd wanneer dit bouwwerk tot monument wordt verklaard.

SAMENHANGENDER, KORTER EN LOGISCHER MAKEN
ANDERE VERHALEN
De enige echte koekbakker
Confiseurs en cuisiniers Zomerdijk Bussink & Meerburg