BRINK 93 DEVENTER
NOG SAMENVOEGEN TOT COMPACTER VERHAAL
De familie Abbing was een van oorsprong Duitse familie uit Vreden – dat ligt net over de grens bij Groenlo. Vanuit Vreden vertrokken de voorouders Abbing naar Zutphen. Zij waren lid van het kramers- en later zogenoemde manufacturengilde. De eerst bekende Abbing in Deventer is Derk Abbing (Lathum 1801-Deventer 1851 of 52?), koopman in manufacturen op de Brink in Deventer. Derk staat zelf staat niet op deze foto – want hij overleed 51 jaar oud in 1852 – dit is zijn gezin in 1855.
Hij trouwde in 1828 de Deventer apothekersdochter Aleida Maria Antonia Middelburg (XX-XX). Derk was in 1801 geboren in Lathum als zoon van predikant Lambertus Hermanus Abbing en Isabella Maria Roelvink. Het gezin Abbing-Roelvink verhuisde in 1806 naar Groenlo, waar Derk en zijn broers en zussen verder opgroeiden.
Rond 1840 woonde het gezin in de Grote Overstraat 1601, nu nummer 42, een opvallend hoekpand. Het echtpaar kreeg 13 kinderen , vier kinderen overleden jong. Waarschijnlijk zijn ze hier hun manufacturenzaak begonnen.

Derk Abbing was in 1852 de bouwheer was van het huidige pand Brink 93. In 1832 was Brink 93 nog het ‘Huis met de drie pilaren’. ARCHVIWER WANNEER GEKOCHT. Het gezin Abbing bleef in de de Grote Overstraat wonen terwijl men een nieuw huis bouwde aan de Brink 93. Er was een handige doorloop tussen beide huizen via de achteringang aan de Spijkerboorsteeg kadasterkaart 1832. Derk overleed in 1851, dus hij heeft hij Brink 93 waarschijnlijk nooit in volle glorie aanschouwd. Zijn dood in 1852 zal een ingrijpende gebeurtenis zijn geweest voor het hele gezin.
In de overlijdensadvertentie van haar man vermeldde Aleida dat de firma onder dezelfde naam zou worden voortgezet. De manufacturenzaak heette in de volksmond tot ongeveer 1880 de zaak van weduwe Abbing, geboren Middelburg. Vanaf 1852 woonde het gezin op de Brink 2165. Waarschijnlijk werd de weduwe na de dood van haar man in de eerste jaren bijgestaan door haar twee oudste dochters Isabella en Gesina. Na hun trouwen hebben ook de andere kinderen geholpen in de zaak. Oudste dochter Isabella trouwde in 1857 met drogist Willem de Visser. Het echtpaar woonde in de Grote Overstraat NUMMER? LATER GERREVINK. Zij kregen 3 kinderen. Tweede dochter Gesina trouwde in 1855 met koopman Johannes Jacobus van Haaps uit Eibergen, hij was ook manufacturier. Dit echtpaar woonde direct na hun huwelijk in de Grote Overstraat 1778. Zij kregen geen kinderen. In latere jaren woonde dit echtpaar weer op de Brink 2165 BOVEN DE MANUFACTURENZAAK.
CHECK TIJD Weduwe Aleida en de overige ongehuwde dochters Anna Aleida, Johanna Elisabeth, Antonia Aleida Maria en Jannetje woonden in deze periode eerst op de Graven 1327, en daarna op de Brink 2167 – Brink 94 – direct naast de manufacturenzaak.
Zoon Lambertus Hermanus was toen zijn vader Derk overleed in 1852 nog maar 8 jaar oud. In 1863 vertrok hij voor een tijdje naar Groningen, mogelijk voor studie of als militair. Hij trouwde in 1875 met Maria Christina ten Hoopen, een koopmansdochter uit Neede. Bij de geboorte van hun eerste dochter WANNEER was zijn beroep koopman. Zij kregen nog een zoon en dochter en woonden aanvankelijk op de Brink 2197, later in de Grote Overstraat 1817. Hij overleed in 1880 – in het zelfde jaar als zijn zus Gesina – pas 37 jaar oud in de Grote Overstraat. Weduwe Maria Christina ten Hoopen verhuisde later met haar 2 dochters naar de Kromme Kerkstraat 42 of 14. Zus Gesina stierf in 1880 aan de Brink 2165 HOE OUD EN HOE OUD MOEDER?. Haar man Johannes van Haaps hertrouwde 3 jaar later met Lijsen (-Twello 1905), en ook zij woonden in ieder geval in de beginjaren van hun huwelijk op de Brink 93 boven de manufacturenzaak.

De personeelsadvertenties van de zaak Abbing liepen door tot ongeveer 1880. Na 1880 kreeg de zaak weer de naam D. Abbing. Mogelijk was het toen nog de bedoeling dat de enige zoon de zaak zou overnemen.
Het is niet duidelijk wie toen de zaak leidde: de schoonzoon en zijn nieuwe vrouw geholpen een of meerdere dochters Abbing?De weduwe en haar dochters woonden rond 1898 mogelijk op de Pikeursbaan 128 in Achter de Muren 56 (gelijk aan Achter de Muren Duimpoort 56 = Welle 14 = Waterstraat 36 A en B???). WANNEER OVERLEED DE WEDUWE? De OUDSTE dochter Anna Aleida Abbing overleed in 1901. De manufacturenzaak werd opgeheven in 1901. De uitgebreide boedel werd geveild in Odeon. De inventaris geeft een prachtig beeld van een manufacturenzaak eind 19de eeuw. Schoonzoon van Haaps (-Deventer 1902) overleed in Deventer in 1902. De twee overgebleven ongehuwde dochters – in 1901 stierven valk achter elkaar in 1923 in Bussum.
ADV BOEDEL